André van den Boogaart (NL)

‘Op de Terugweg van Nergens’ (release 12-04-18)
Recht uit het hart; een term die te pas en te onpas wordt ingezet om het werk van een songschrijver te duiden. Als het op iemand van toepassing is, dan geldt dat voor André van den Boogaart. Geen quasi-poëtisch geneuzel, maar ruw houten teksten uit het leven gekerfd. In het Nederlands, want daarmee kan hij zijn - op z'n zachtst gezegd - dynamische levenswandel het scherpst duiden. Die verhalen zet hij op een muzikale basis van ongerepte country en drassige blues, maar met hulp van zijn nieuwe begeleidingsband de Tornados klinkt zijn geluid op zijn nieuwe, derde album ‘Op de Terugweg van Nergens‘ veelzijdiger dan ooit. Want ondanks dat Tilburger Van den Boogaart in zijn moerstaal zingt, geven deze multi-instrumentalisten met onder andere trompet, sousafoon, piano, mandoline, pedal steel en accordeon de luisteraar het gevoel in New Orleans te zijn.


‘Op de Terugweg van Nergens’ slaat op een onbestemd verlangen naar iets schier onbereikbaars. “Ik was eens in Tsjechië te midden van velden vol zonnebloemen en die zagen er vanuit alle kanten hetzelfde uit. Dus welke kant ik ook uit ging, ik had geen idee of ik daar al eerder was en waar ik uit zou komen. Zo is het leven voor mij: je probeert op een bepaald punt te komen waar je nog nooit bent geweest, maar je weet eigenlijk ook niet waar je naartoe gaat”, aldus Van den Boogaart over de inspiratie voor de titelsong en albumtitel.

‘Op de Terugweg van Nergens’ is de opvolger van ‘Rauwe Rand’ (2014). In 2012 verscheen zijn solodebuut ‘Met Modder In Mijn Bloed’. Van den Boogaart maakte als gitarist ook jarenlang deel uit van Bradley’s Circus, de band van Mattanja Joy Bradley waarmee hij drie albums maakte. In 2012 verscheen er een documentaire over het leven van André van den Boogaart getiteld ‘Het Kind Is Groot’. Ook schreef hij de titelsong voor de film ‘Dans Met De Duivel’ (2014) en wordt zijn nummer ‘Hey God’ gebruikt in de nieuwe tv-serie ‘Fenix’ die vanaf 1 maart 2018 op Omroep Brabant is te zien.

Leo Hoeksema