Eriksson Delcroix (BE)

Over Riverside Hotel van Eriksson Delcroix

Na het ontroerende en bij momenten sterk spiritueel aandoende herdenkingsalbum Magic Marker Love, waarop het duo samenwerkte met Sun Sun Sun Orchestra, achtte Eriksson Delcroix het tijd voor iets helemaal anders. Voor het hier en nu, met name. En terecht, want hier en nu is er, als wij onze oren mogen geloven, iets buitengewoons aan de gang… 

‘Louisiana Hot’, waarin Nathalie Delcroix, zoals enkel zij dat kan, alle kleuren van de wereld in haar stem weet te verenigen, trapt het feest op gang en laat er van meet af aan geen enkele twijfel over bestaan waar de beste zangeres van – minstens – België en haar zogenoemde ‘ti cher Erikssonzich bevinden en thuis zijn: op een wijnovergoten ‘porch’ in het land van de ‘crawfish’, waar de maat van de muziek lijkt te worden geslagen door à volonté in dolle vervoering verkerende krekels die gegarandeerd nog aan de gang zullen zijn wanneer verder elkeen ‘dodo’ is gaan doen. ‘Dodo’ of iets heel anders, natuurlijk, zoals weinig omfloerst gesuggereerd wordt in ‘Snap Off The Pearl Snap’, een lied voor meerderjarigen, zeg maar, waarin Delcroix dermate in de stemming blijkt te zijn dat zij er op een haar na in slaagt om – over Louisiana gesproken – de zelfverklaarde meat man Jerry Lee Lewis in zijn beste jaren met terugwerkende kracht te doen verbleken tot een enigszins gezapig heerschap. ‘Don’t you slack off in the middle of the Gloryland Gap / C’mon down, going round’, klinkt het zacht gezegd nogal dringend en luid in deze kreet om onomwonden daadkracht, die gemakkelijk bewijst dat liederlijke discopunk geweldig goed gedijt in moerassig gebied. 

Het plezier dat Bjorn en Nathalie in Riverside Hotel hebben en maken, blijkt behalve uit de muziek, de gezangen en de algehele sfeer van de plaat – luister naar de door vader Karl Eriksson gezongen cajunclassic ‘La Danse De Mardi Gras’ en maak u de grootste zorgen wanneer uw lijf en leden niet spontaanweg uitbarsten in bewegingen van de wat wildere soort – tevens uit het vanzelfsprekende spel dat zij spelen met de verschillende talen die zij in de mond nemen en vreugdevol en eigenzinnig naar hun hand zetten. Een nummer over een ‘Hoodoo witch / Hoodoo bitch’ is ‘Hex’ getiteld, elders gaat het van ‘Allez-y / Kokodri / La kokodra / Tue de temps / Il y en a pas’ – Gainsbourg aan de Mississippi. 

Maar een feest is geen feest zonder momenten van onvermijdelijk drama en van tristesse, dat hoeft geen betoog, en dat Eriksson Delcroix deze waarheid dubbel en dwars onderkent, blijkt uit songtitels als ‘Le Bayou de Mille Misères’ en ‘Flat Earth Blues’ alléén al. Zelfs de suggestie dat het feest misschien wel in de eerste plaats moet dienen om sentimenten van veeleer mineure aard buiten de deur te houden of gewoonweg uit te bannen ontbreekt ondanks alles in slechts erg weinig nummers. Het maakt de wereld binnen de muren van dit Riverside Hotel, waar Eriksson Delcroix zelfs de voodoopoppen dartel aan het dansen krijgt, er alleen maar nóg veel ondoorgrondelijker, mysterieuzer en aanlokkelijker op. Het maakt dat je dit hotel nooit meer zou willen verlaten. Dat je nooit meer naar huis wil. 

Het hier en nu, immers, zal vanaf heden nooit meer hetzelfde zijn. 

 

 

Leo Hoeksema